Food for thought

‘Inside Lleywn Davis (Arnon Grunberg in de Volkskrant, 11 januari ’14) 

Inside Llewyn Davis van de gebroeders Coen gaat over een muzikant, Llewyn Davis, die het net niet gaat redden. Goed mogelijk dat deze Llewyn Davis, gespeeld door Oscar Isaac, het ook niet wíl redden, dat hij om wat voor reden dan ook heeft besloten ten onder te gaan.

Dat ten onder gaan klinkt dramatisch, maar de kracht van deze film is juist het gebrek aan drama. De catastrofes in het leven van Davis zijn alledaagse catastrofes, dat maakt Inside Llewyn Davis zo weemoedig.

Je kunt van mening zijn dat en muzikant in de periferie van de samenleving hoort te leven. Tegenwoordig verwachten wij echt dat iedereen een in maatschappelijke zin geslaagd leven leidt.

Wat als sommige mensen daar geen zin in hebben? wat als iemand geen behoefte heeft aan hulp?

Iedereen die gelooft in de helende kracht van de overheid en van empathie zou deze film even moeten zien.

Of je  in maatschappelijke zin of als muzikant slaagt, heeft ook te maken met een dosis geluk of pech. Davis‘ zelfdestructieve gedrag en onaangename karakter spelen ongetwijfeld een rol. Bij Rodriquez zal zijn naam parten hebben gespeeld in het uitblijven van succes in de VS. Een aanrader trouwens, de documentaire Searching for Sugar Man. Als je beide films hebt gezien concludeer je dat Rodiquez vanwege externe factoren niet heeft mogen shinen, en Davis zijn verlies aan  zichzelf te danken heeft. Waar Rodriquez onterecht niet won, verloor Davis terecht. In een samenleving waarin we verwachten dat ‘iedereen een in maatschappelijke zin geslaagd leven leidt’, is het de mening van de schouwer die onderstreept hoezeer die verwachting tot ons is doorgedrongen.

‘Mooimaakindustrie’  (Arnon Grunberg in de Volkskrant, 29 oktober’13)

‘Wat is de oorzaak van de explosieve groei van de mooimaakindustrie?’ vroeg Marcel van Dam zich donderdag in de Volkskrant af. Een goede vraag. Naar het schijnt hebben mensen er geld en soms operaties voor over om mooi en jong te blijven. Is dat erg?

Toerisme was ooit voorbehouden aan de aan de aristocratie. Tegenwoordig kunnen de meesten in West-Europa zich toerisme permitteren. Zo is ook de groei van de mooimaakindustrie het gevolg van emancipatie. De neusverkleining is niet meer uitsluitend iets voor superrijken, ook de middenklasse heeft toegang tot plastische chirurgie. Er bestaat vermoedelijk zoiets als de Ryanair van de mooimaakindustrie: betaalbaar en toch betrekkelijk goed.

Vrijwel alle culturen hebben schoonheidsidealen en waar schoonheidsidealen bestaan is het uiteraard gunstig aan de idealen te voldoen. Dat mensen zich aanpassen aan de regels van het systeem waarbinnen zij moeten functioneren heet een overlevingsstrategie.

Van nature, zou ik zeggen, is de mens een onderdaan.

De mooimaakindustrie is ook doorgedrongen tot de amateurfotografie. Met een ongeairbrushte foto kan je tegenwoordig niet meer voor de dag komen. Al helemaal niet als het een selfie betreft.

Gepimpte foto van een boom in Zuid-Limburg

© Judith Elshout

Gepimpte foto van een boom in Zuid-Limburg

 

 

 

 

 

 

‘Het recht een verliezer te zijn’ (Arnon Grunberg in de Volkskrant, 30 augustus ’13)

© Juju's Delivery

© Juju’s Delivery

Marcel van Dam is een fenomeen. Hoewel zijn wereldbeeld ietwat afwijkt van het mijne heb ik sympathie en waardering voor hem. Donderdag verklaarde Marcel van Dam: ‘Er horen gewoon geen losers te zijn’. Klinkt prachtig, maar in essentie is deze uitspraak fascistisch, waarmee ik niet wil beweren dat van Dam een fascist is.

Een maatschappij waarin geen ‘losers’ mogen voorkomen, zal eindigen in een maatschappij waarin ‘losers’ worden uitgemoord. Mensen zijn solidair, werken samen en hebben een empathisch vermogen, maar ze zijn ook in competitie met elkaar.

De overheid heeft de taak pech te compenseren. Volledige compensatie is echter onhaalbaar. De meest fundamentele vorm van pech bijvoorbeeld, de plek waar je geboren bent, wordt door de meesten als een gegeven beschouwd.

Kortom, mensen moeten het recht hebben om een verliezer te zijn. Het probleem is alleen dat de mislukking een taboe is geworden.

Om met Beckett te spreken: ‘Fail again.’

‘Succes’ (Arnon Grunberg in de Volkskrant, 5 juli ’10)

Een uitgever schreef mij: ‘De zaak loopt als een trein en privé ben ik gelukkiger dan ooit.’ Afgezien van het feit dat deze woorden eerder doen denken aan een uitbater van een bungalowpark dan aan een literaire uitgever, vraag ik me af waarom mensen elkaar moeten inlichten over het eigen geluk.

W.F. Hermans zei: ‘Succes, dat is lachen geblazen.’ Inderdaad, vanuit een literair oogpunt heb je er niet veel aan.

Hard praten in openbare gelegenheden is niet het gevolg van gehoorschade, maar een poging de aanwezigen het eigen succes te tonen.

Ook is het onduidelijk waarom overwinningen en bruiloften gevierd moeten worden en nederlagen en scheidingen niet. Als je gaat trouwen moet de ellende beginnen, na de scheiding ben je er vanaf. Onze obsessie met succes is de ontkenning van weemoed. Ironische distantie ten opzichte van het eigen succes en het eigen lijden is voor alle betrokkenen het beste.

 

 

 

Leave a Reply

css.php